Eerder schreef ik een protocol om het model te testen: zes glazen, en meten hoeveel van proeven eigenlijk in taal zit. Dit stuk draait dat om. Hier is het model de examinator en ben jij degene die iets moet waarmaken.
Dat klinkt onaangenaam en dat is het ook. Het is ook de snelste manier om te merken dat je woorden gebruikt die je zelf niet hebt ingevuld.
Wat je wilt
Blind proeven, opschrijven wat je proeft, en daarna elke term laten aanvallen. Niet om gelijk te krijgen, maar om te zien welke termen je gebruikt omdat je ze proeft en welke omdat ze horen bij het soort wijn dat je denkt te drinken.
De prompt
Hieronder staat mijn proefnotitie. Ik heb blind geproefd en weet niet
wat het is.
Val elke term aan die ik gebruik. Vraag per term: waaraan merkte ik dat,
en zou ik het ook opgeschreven hebben als iemand had gezegd dat het een
andere druif of een ander land was?
Markeer de termen die vaker uit verwachting komen dan uit waarneming.
Raad niet wat het is en zeg niet of mijn notitie goed is.
Stel alleen vragen, één voor één.
Die laatste twee regels zijn de kern. Zodra het model raadt welke wijn het is, gaat het gesprek daarover en niet meer over jou. En zodra het zegt dat je notitie goed is, ben je klaar met leren.
Ontleed
Verbied het oordeel. Een model dat mag beoordelen, beoordeelt altijd, en meestal positief. Dat voelt prettig en levert niets op. Alleen vragen is strenger dan welke score ook.
Vraag naar de tegenfeitelijke versie. “Zou je dit ook geschreven hebben als het uit een ander land kwam” is de scherpste vraag die er is, want daar valt verwachting van waarneming af te pellen. Het woord mineralig overleeft die vraag zelden.
Eén vraag tegelijk. Zelfde regel als bij het interview voor je smaakprofiel. Vijf vragen in één blok beantwoord je slordig, en juist hier zit de winst in het ongemak van doorvragen.
Waar het misgaat
Drie dingen glippen erdoorheen, en alledrie zijn ze te herkennen aan de vorm van het antwoord.
Het gaat alsnog raden. Halverwege komt er “dit klinkt als een koelklimaat-riesling”, en vanaf dat moment gaat het gesprek over die wijn in plaats van over jouw woorden. Kap het af en herhaal de regel; het gebeurt vaker naarmate je notitie specifieker wordt.
Het gaat alsnog complimenteren. “Goede waarneming” is geen vraag. Zodra dat erin sluipt, ben je klaar met leren, want een model dat je bevestigt kost niets en levert niets op.
Vijf vragen in één blok. Precies zoals bij het smaakprofiel-interview. Je beantwoordt ze dan alle vijf half, en het ongemak van doorvragen is nou juist waar de winst zit.
Kanttekening
Een model dat je woorden aanvalt, weet niet wat er in je glas zit. Het kan dus alleen aanvallen wat taalkundig zwak is, en dat is niet hetzelfde als wat feitelijk onjuist is. Een term die je goed onderbouwt kan nog steeds nergens op slaan, en een term die je slecht verwoordt kan precies kloppen.
Daarom is dit een oefening in formuleren, niet in proeven. Wie hem verwart met een proefexamen, leert netter schrijven en niet beter proeven.
En de derde: doorvragen op iemands zintuiglijke indruk is intiem werk. Een model doet dat zonder enige terughoudendheid en zonder dat het merkt dat je geïrriteerd raakt. Dat maakt het bruikbaar en het is ook precies waarom het bij mensen anders gaat. Stop als het gaat over of je smaak deugt, want daar gaat het niet over.
Zelf doen
Hieronder staat wat ik heb opgeschreven over [wat je beoordeelde].
Ik wist vooraf niet wat het was.
Val elke term aan die ik gebruik. Vraag per term waaraan ik dat merkte,
en of ik het ook geschreven zou hebben bij een ander [merk / herkomst].
Markeer wat vaker uit verwachting dan uit waarneming komt.
Raad niet wat het was en zeg niet of mijn notitie goed is.
Stel alleen vragen, één voor één.
Kleine oefening voor vanavond: schrijf drie regels over wat je drinkt, zonder de fles te bekijken, en streep daarna elk woord door dat je ook had kunnen opschrijven zonder te proeven. Wat overblijft is je echte notitie.
